Samstag, 7. Januar 2012

'Waterberg vertelt eerste grote leugen'

NoSpang
zaterdag, 07 januari 2012 06:07
Paramaribo - De oogartsen van Suriname Eye Center, een afdeling van het Academisch Ziekenhuis Paramaribo (AZP), zeggen dat de minister van Volksgezondheid, Celsius Waterberg, de eerste grote leugen in het nieuwe jaar heeft verteld. De bewindsman heeft gezegd dat Surinaamse oogartsen geen patiënten behandelen als ze eenmaal bij een Cubaanse oogarts zijn geweest. “Dit is gewoon de eerste grote leugen die Waterberg vertelt voor dit jaar”, zegt oogarts Jerrel Pawiroredjo. Hij geeft aan dat de Surinaamse oogartsen hun eigen landgenoten nimmer in de steek laten, omdat ze hoge ethische normen hanteren.


Foto: Minister van Volksgezondheid, Celsius Waterberg


“We behandelen niemand als paria’s. Wat dus wel gebeurt, is dat we mensen zien bij wie de ogen onherstelbaar beschadigd zijn door een operatie elders en dan kunnen we geen hulp meer bieden in een heleboel gevallen. Dat zeggen we ook aan hun namelijk dat we hier geen hulp meer kunnen bieden. Die mensen worden niet weggestuurd.

We zeggen hun wat er mis is gegaan.” Pawiroredjo zegt dat deze mensen worden geadviseerd om terug te gaan naar de dokter die hen heeft behandeld en te vragen wat er is gebeurd. “Het ergste is dat een heleboel patiënten soms niet eens weten wat voor operatie gedaan is.

Het hoort zo dat je, als je een patiënt hebt behandeld, je een brief schrijft naar de huisarts met alle gegevens, maar als die mensen zijn geholpen door Cubanen hebben geen van ze documenten over wat gebeurd is.” Hij zegt dat elke oogarts de opdracht heeft om elke patiënt te behandelen.

Een ander commentaar van de minister dat Surinaamse oogartsen duurder zijn, veegt de oogarts van de tafel. “De grootste groep van de mensen die we behandelen zijn mensen met een on- en minvermogen kaart en die geen cent betalen. Het is dus gemeen om te zeggen dat de Cubanen goedkoper zijn.

Arme mensen betalen nul cent, wat is goedkoper dan die nul cent”, vraagt hij zich af. De oogarts vindt dat de minister een politieke deal, namelijk de Cubanen binnen halen voor 1.1 miljoen dollar, wil rechtvaardigen door de Surinaamse oogartsen te besmeuren.

“Als de minister die 1 miljoen had geïnvesteerd in eigen ziekenzorg dan waren alle problemen opgelost, maar hij vraagt ons nimmer wat we allemaal nodig hebben om beter te performen. Tot nu toe zijn we op eigen houtje vooruitgegaan”, aldus de oogarts.
(S.Bissesar)

Vrijstelling verdachte Mozart-guards Maripaston stinkt van hier tot Leonsberg!

Suriname Stemt

De drie security guards van het beveiligingsbedrijf Mozart, die in voorlopige hechtenis waren gesteld sinds het schietincident van 23 oktober j.l. waarbij de jeugdige gouddelver Rempzhery King het leven heeft gelaten, zijn in vrijheid gesteld. Twee van de verdachten waren al eerder op vrije voeten, de derde verdachte werd gedagvaard om op 16 januari voor de rechter te verschijnen, maar moest worden vrijgelaten omdat zijn zaak niet binnen 30 dagen is voorgebracht voor de rechter.

Het wordt steeds moeilijker om in Suriname als een rechtsstaat te geloven. De berichtgeving over het ‘incident’ Maripaston was vanaf het begin al getroebleerd, en niet toevallig. Nog op dezelfde dag verklaarde de vader van Rempzhery King dat zijn zoon was doodgeschoten door Dino Bouterse. Dat Dino aanwezig was, is niet te ontkennen door de vele getuigenissen, maar onmiddellijk kwam de ruis-machine op gang. De eerste afleidingsmanoeuvre was dat het zou gaan om een neef van Dino, maar naar nu blijkt dat níemand het heeft gedaan, volstrekt ongeloofwaardig.

Zo gaat Suriname naar de bliksem toe!

Freitag, 6. Januar 2012

Nooit genoeg over Bouterse totdat hij achter de tralies zit

Suriname Stemt

  Door Rolf van der Marck on the 06 Jan 2012

Het artikel van Nancy de Randamie Genoeg over Bouterse wil ik niet onbesproken laten, want in wezen predikt het dezelfde onverschilligheid die het Bouterse mogelijk heeft gemaakt om aan de macht te komen en die –in weerwil van zijn misdaden– weer te hernemen. Mijn stelling is dat zolang deze houding van onverschilligheid, dat typische Surinaamse “ik bemoei niet!”, niet wordt omgebogen, Suriname opgescheept zal blijven, niet alleen met Bouterse, maar ook met wat De Randamie noemt: “De praktijken (…) van aan een diepgewortelde politieke cultuur die haar oorsprong heeft in het door Nederland gevoerd koloniaal bewind. Eentje dat gebaseerd is op racisme, uitsluiting en verdeel- en heerspolitiek.”
Natuurlijk is er méér dan Bouterse alleen, daar heeft De Randamie gelijk in, maar Bouterse’s coup en de daaruit voorgekomen misdaden tegen de mensheid, samen met de niet te onderschatten bijbehorende trauma’s, blijven als donkere wolken boven aller hoofden hangen, die dreiging is nog altijd niet geweken. Naïef vind ik De Randamie waar ze Bouterse nog min of meer het voordeel van de twijfel wil geven, namelijk dat hij zijn coup pleegde “om af te rekenen met vriendjespolitiek en corruptie bij de machthebbers van toen”. Dit is nooit Bouterse’s bedoeling geweest. Zijn bedoeling was louter en alleen eigen gewin, die maar al te snel uitgroeide tot machtswellust. Afrekenen met het oude systeem beleed hij alleen met de mond om het volk mee te krijgen, en dat is hem tot onze eigen schande gelukt.
De grondsituatie was bij de verzelfstandiging van Suriname in 1975, bij de coup van 1980, en is nu nog steeds de maar al te diep gewortelde cultuur van racisme, uitbuiting en verdeel- en heerspolitiek, ingezet door het koloniaal bewind, gretig voortgezet sindsdien en onder Bouterse alleen nog maar verhevigd. Suriname gaat inderdaad nog altijd gebukt onder het juk van het kolonialisme dat het nimmer heeft kunnen afwerpen. Helaas worden profeten in eigen land nooit geëerd, Anton de Kom schreef al in 1934 in zijn beroemde boek Wij slaven van Suriname: “Geen volk kan tot volle wasdom komen dat erfelijk met een minderwaardigheidsgevoel belast blijft.” Het heeft echter niet mogen baten, de door De Kom gestelde diagnose gaat nog steeds op.
Anton de Kom
Dat is nu wat ik in het artikel van De Randamie mis: de strijd- baarheid van een De Kom. Nog altijd berusten wij Surinamers, leggen wij het hoofd in de schoot en wíllen wij maar niet bemoeien, tégen beter weten in. De Randamie’s goede bedoelingen trek ik niet in twijfel, maar met goede bedoelingen alléén komen we er niet. Daarvoor is strijdbaarheid en strijd nodig, en niet het tellen van wat er nog aan zegeningen is overgebleven. Wij missen het lef van mensen als De Kom, want met al die ja-knikkers van nu blijven we in dezelfde mallemolen ronddraaien: ‘nieuwe heersers, dezelfde stront’. De Randamie maakt zich om de verkeerde redenen zorgen over de media, want ondanks dat Bouterse ze betitelt als rioolratten, hebben ze het lef niet om duidelijk stelling te nemen. Wellicht begrijpelijk vanwege het opgelopen trauma, maar niet langer acceptabel. Immers, “niemand hoeft bang te zijn om te worden geïntimideerd of vermoord in het Suriname van 2012”, zegt De Randamie. Dat Bouterse van zijn fouten zou hebben geleerd –zoals De Randamie ook beweert– is apert onjuist, kijk maar naar de door haar genoemde kuparies: allemaal zijn terug van weggeweest.
Nancy de Randamie

  

Genoeg over Bouterse

OneWorld.nl

Genoeg over Bouterse

een lachende Bouterse als president
Auteur:
Nancy de Randamie

Oorlogstaal Aboikoni ontoelaatbaar

Suriname Stemt

Door Stanley Li A Pau on the 06 Jan 2012


Granman Belfon Aboikoni

Als ik iets van een Granman verwacht dan is het wijsheid. Het is waarschijnlijk ook een van de belangrijkste voorwaarden bij zijn uitverkiezing geweest. Men heeft een wijs man gezien in Belfon Aboikoni, daarom is hij tot Granman verkozen. Hij is de opvolger van de in december 2003 overleden Songo Aboikoni, wiens plaats werd waargenomen door Albert Aboikoni. Dit interregnum kwam ten einde met de beëdiging van Belfon Aboikoni op 29 oktober 2005.
Ronnie Asabina
Maar wie het ‘begrafenis-drama Jabini’ zo’n beetje heeft gevolgd (zie mijn voorgaande artikelen hier, hier en hier) heeft tot zijn ontnuchtering moeten constateren dat er bij Belfon Aboikoni van wijsheid geen sprake is. Hij blijkt een man te zijn die zich volledig door zijn emoties laat meeslepen en die zodoende de hoofdverantwoordelijke is voor de escalatie van dit drama. Een wijs man waarschuwt niet voor oorlog, zegt niet dat de politie hem dan maar moet neerschieten, want de uitkomst van deze dwaze uilatingen was voorspelbaar, de Saramaccaanse bevolking ruikt nu bloed.
Aboikoni is dan wel de hoofdverantwoordelijke, maar medeverantwoordelijk zijn politieke toppers als Ronnie Asabini, Bert Eersteling, en Hugo Jabini, die van meet af aan oorlogstaal hebben gesproken, onverantwoordelijk voor academici met belangrijke overheidsposities. En dat is gebleken, want Aboikoni ging zíjn oorlogstaal eerst gebruiken na hún nauwelijks gemotiveerde emotionele reacties,nadát hij zich in de rug gedekt wist. Het is Aboikoni en zijn verdedigers zwaar aan te rekenen dat zij vanuit hún posities recht en wet meedogenloos aan de kant schuiven.
Bert Eersteling


Behalve dat de rechter al tweemaal heeft gesproken en de familie Jabini al tweemaal in het gelijk heeft gesteld, gaat het al lang niet meer over Saramaccaanse tradities, over lo of bere, of wat dan ook, nee, de Saramaccaners hebben collectief, van hoog tot laag, de hakken in het zand gezet, het gaat al lang niet meer over gelijk hébben, maar alleen nog maar over gelijk kríjgen, en dat is een droevige constatering.
Nog droeviger wordt deze constatering wanneer je je realiseert dat hier nauwelijks nog een eerzame uitweg mogelijk is voor het traditioneel gezag in het algemeen en Aboikoni in het bijzonder. Recht en wet zijn onvermurwbaar, die moeten eerst gewijzigd worden voordat een beslissing van de rechter kan worden teruggedraaid. Zoals het er nu uitziet is Aboikoni echter even onvermurwbaar, gezichtsverlies zal hij niet accepteren. Als ooit sprake is van een patstelling dan is het hier wel.
Hugo Jabini
Waar is nog wijsheid te vinden? Parlemetariër André Misiekaba heeft een bemiddelingspoging gewaagd, echter zonder succes, was ook niet te verwachten na Aboikoni’s uitbarsting. Dit betekent dat de kwestie alleen nog maar met Aboikoni en niemand anders meer te settelen is, hoe onwaarschijnlijk dan ook. Het is te hopen dat eerdergenoemde politieke toppers inmiddels tot beter inzicht gekomen zijn en dat zíj –mét elke maar denkbare versterking vanuit Saramaccaanse of andere gelederen– met Aboikoni gaan praten om de wijsheid weer te doen prevaleren.


Granman: Vonnis kan leiden tot binnenlandse oorlog

Starnieuws
06 Jan, 00:01
75befef517cbeeaffd84329124f499d2.jpg
Granman Belfon Aboikoni
Granman Belfon Aboikoni doet een beroep op de overheid en de rechterlijke macht de traditionele wetten en gewoontes te blijven respecteren. Het vonnis van rechter Alida Johanns en de herbevestiging door rechter Anand Charan heeft kwaad bloed gezet bij de Saramaccaners. Er wordt toestemming gegeven aan het gezin van de overleden Stanley Jabinie om hem te begraven op Nazareth-Djomongo, nabij Nieuw Aurora.

Deze kwestie gaat niet langer tussen het gezin en de rest van de familie van Jabinie, maar is een gevecht van de Saramaccaanse gemeenschap geworden. Granman Aboikoni zegt in een telefoongesprek met Starnieuws dat het vonnis van de rechter een potentiële voedingsbodem is voor een vete en binnenlandse oorlog.

Krutu stam
Op een donderdag gehouden krutu op Asidonopo, waar Aboikoni met vrijwel alle stamhoofden, kapiteins en andere traditionele gezagdragers bijeenkwam, is een eenduidig standpunt ingenomen. De begrafenis van Jabinie kan met of zonder vonnis van de rechter niet plaatsvinden op Nazareth-Djomongo.

Het opperhoofd van de Saramacaners legt uit dat het gezin van de overledenen de keus heeft hem te begraven op de begraafplaats van de lo (familie) op traditionele wijze, of te kiezen voor een andere openbare begraafplaats in Paramaribo. Hij wordt niet op de plek die Jabinie vóór zijn overlijden zou hebben aangewezen. “A moro betre mi taki now, want te a oorlog broko mi, noch lanti o mang fu stop ing”, zegt Aboikoni.

Bloed vloeien
De granman wil voor alle duidelijkheid benadrukken dat hij, noch districtscommissaris Naltus Naana toestemming aan het gezin van Jabinie heeft gegeven voor de begrafenis op Nazareth-Djomongo. Na vernomen te hebben dat de uitvoering van het eerste vonnis niet gestuit kan worden, is op de krutu donderdag besloten dat een omvangrijke groep van de Saramacaners naar Nazareth-Djomongo gaat om te voorkomen dat de begrafenis daar plaatsvindt.

“Als de politie komt, zal ze niet alleen enkele personen moeten neerschieten, maar ook mij, omdat ik samen met mijn mensen daar zal staan”, zegt Aboikoni. Hij legt uit dat het beter zou zijn geweest wanneer de advocaat van de familie en de rechter zich goed hadden laten informeren en respect hadden opgebracht voor het traditioneel gezag door hem te contacten over deze zaak. Waarnemend korpschef Humphrey Tjien Liep Shie stelt zich op het standpunt dat de politie alleen bijstand kan verlenen aan het gezin van Jabinie, indien er een schriftelijke toestemming kan worden overgelegd om het stoffelijk overschot op Nazereth Djomongo ter aarde te bestellen.

Recht gezegevierd
Na het tweede vonnis donderdag door kort geding rechter Charan, zei de woordvoerder van de familie, Nico Abinie, dat het recht heeft gezegevierd. “Wij zijn beide keren in het gelijk gesteld omdat wij het recht aan onze zijde hebben”, zei hij in gesprek met journalisten. Abinie stelde dat de begrafenis normaal gepland wordt. Hij hoopt dat de politie bescherming zal verlenen aan de familie.

Abinie zei dat er nog geen datum voor de begrafenis is bepaald omdat er een kort geding ingediend was door de tegenpartij om de uitvoering van het vonnis te stuiten. Er is gewacht op de uitspraak van de rechter. Nu is de weg weer vrij om over te gaan tot de begrafenis. Jabinie is sinds 6 november overleden. Abinie erkent dat in het dorp er een probleem is. Daarom rekent hij op de bescherming van de overheid. Abinie zegt dat Suriname een land is waar godsdienstvrijheid in de grondwet is verankerd. De overledene en zijn gezin behoren tot de Volle Evangelie en willen dat volgens hun geloof de begrafenis plaatsvindt op Nazareth- Djomongo. De tegenpartij heeft beroep aangetekend tegen het vonnis.

Mittwoch, 4. Januar 2012

Bushouders wachten op geld Grondenrechtenconferentie

Dagblad Suriname 03/01/2012
Paramaribo - Een aantal buschauffeurs dat transportwerkzaamheden heeft verricht voor het ministerie van
Regionale Ontwikkeling is nog niet uitbetaald. De bushouders waren aangetrokken om de bewoners van o.a. de districten Sipaliwini en Brokopondo te vervoeren in verband met de Grondenrechtenconferentie. De conferentie werd vroegtijdig afgeblazen en de mensen moesten diezelfde dag weer terug vervoerd worden. De bushouders zijn nu iets meer dan twee maanden verder en er is nog geen teken wanneer het geld wordt gestort. De bushouders hopen dat zij niet langer hoeven te wachten op hun geld.

Sonntag, 1. Januar 2012

Een verdwenen stad in het Surinaamse regenwoud

Caraïbisch uitzicht
door Renzo S. Duin
Recent archeologisch onderzoek toont aan dat het Amazonewoud niet zo ongerept is als het lijkt, maar ook dat de ‘verloren steden in het Amazonegebied’ anders zijn dan Hiram Binghams Machu Picchu in Peru of kolonel Percy Fawcetts ‘Stad Z’ in Brazilië (Heckenberger 2009). Cheryl Ngwenyama, die tegenwoordig publiceert onder de naam Cheryl White, onthult in haar proefschrift,Material Beginnings of the Saramaka Maroons; An Archaeological Investigation, dat er ook in het oerwoud van Suriname overblijfselen gevonden zijn van een verloren stad. Een artikel dat haar proefschrift samenvat werd in 2010 gepubliceerd in Antiquity. Deze verloren stad is Kumako, de eerste nederzetting die de Saramaka Marrons, een gemeenschap van gevluchte slaven en hun nakomelingen, opbouwden in het binnenland van Suriname. Op zoek naar deze stad verrichtte een onderzoeksteam samengesteld uit Marrons, student-vrijwilligers en academici archeologische opgravingen in het kader van hetMaroon Heritage Research Project, dat werd opgezet door Dr. Kofi Agorsah van de University of the West Indies en momenteel onder leiding staat van Dr. White. Wat overigens opvalt is dat de samenstelling van dit team duidelijk maakt dat de archeologie in Suriname niet langer het monopolie is van de bakra, de blanke man uit Nederland. Het archeologisch onderzoek naar de materiële oorsprong van de Saramaka is tegenwoordig een echt gemeenschappelijk archeologisch project.


Marrondanseres maakt zich klaar voor de dans (foto Arno Briers)


Cheryl White is geboren in Kingston, Jamaica, en opgegroeid in New York waar ze een bachelor antropologie/archeologie deed. Haar master en Ph.D. werden verkregen bij de University of Florida in Gainesville, Florida, in de Verenigde Staten. De University of Florida is een van de laatste universiteiten met de zogenaamde ‘Four-Field’-benadering. Haar Ph.D.-begeleider, Dr. Peter Schmidt, is bekend om zijn historische archeologie en etno-archeologisch werk onder de Buhaya van Oost-Afrika. White past deze combinatie van historische archeologie en etno-archeologie toe op de Afrikaanse diasporagemeenschappen van Zuid-Amerika, en dan in het bijzonder op de Surinaamse Saramakaanse Marrons. In tegenstelling tot Jamaica en andere Marronenclaves in het Caribische gebied, zijn de Surinaamse Marrons behoudender in plaatsen en praktijken. Overigens zullen de welingelichte lezers ontdekken dat dit boek geen enkele verwijzing telt naar het werk van Silvia de Groot, die destijds aan de wieg stond van het Instituut ter Bevordering van de Surinamistiek. De Groot was dan ook gefocust op de Ndjuka en Boni, twee andere Marrongroepen in Suriname, en haar werk werd meestal gepubliceerd in het Nederlands. Wel refereert deze dissertatie systematisch naar het werk van Richard en Sally Price. Terwijl Richard en Sally Price sinds het midden van de jaren zestig van de vorige eeuw historisch-antropologisch onderzoek hebben uitgevoerd naar de Saramaka en andere Marronpopulaties in Suriname en Frans Guyana, is dit de eerste keer dat er op de locatie van Kumako archeologische opgravingen zijn gedaan.


Het doel van dit onderzoek was niet zozeer om de achttiende-eeuwse Marronnederzetting van Kumako nader te lokaliseren in de buurt van de bron van de Pikien Saramakarivier, maar om te reconstrueren hoe deze plek als een punt van samenkomst functioneerde in de eerste tijd dat de Saramaka in de binnenlanden van Suriname leefden. Uit het huidige historisch en etno-archeologisch onderzoek is duidelijk geworden wat het karakter was van zo’n vroege nederzetting bestaande uit gemeenschappen van weggelopen slaven en hun nakomelingen. Algemeen werd aangenomen dat historische Marrondorpen een kort bestaan kenden en gelegen waren in afgelegen gebieden. Dat maakte het moeilijk om definitieve conclusies te trekken. Maar deze keer zijn er verschillende objecten aangetroffen, waaronder voorwerpen van aardewerk en fragmenten van stenen bijlen. Ook waren er enkele radiokoolstofmonsters genomen om de vindplaats te dateren. Bovendien werden te Kumako elementen gevonden die duiden op traditioneel Inheems landgebruik, het gebruik van een vorm van technologie en een eigen materiële cultuur. Een 123 pagina’s tellende appendix bevat een overzicht van de wetten die in Suriname ten aanzien van de Marrons zijn uitgevaardigd, opgegraven vondsten, en radiokoolstofrapporten.


Archeologisch onderzoek toont bijna altijd aan dat de lokale historie afwijkt van de veronderstelde geschiedenis. Dat is ook in het geval bij de opgravingen te Kumako. Ten eerste bleek de vindplaats, anders dan vermeld in de orale tradities, te liggen op een ronde heuvel van ongeveer 270 bij 180 meter – een oppervlakte van in totaal ongeveer 3,8 hectare – met steile hellingen van ongeveer twee meter hoog. Hierbij moet worden opgemerkt dat de afbeeldingen en tekeningen in het boek niet van de hoogste kwaliteit zijn en soms zelfs vervormd zijn. In de omringende greppel werden vier uitsparingen voor wegen waargenomen. Een uitholling van ongeveer drie meter in doorsnee werd aangetroffen ten noorden van de heuvel. Fragmenten van aardewerk, gevonden in de buurt van een opgravingsput, werden door Saramakaanse teamleden geïdentificeerd alsahgbang-kommen. Ahgbang of bungu (afb. rechts( zijn grote aardewerken kommen, die oorspronkelijk verkregen werden van Inheemsen (p. 194), maar vervolgens door de Marrons gebruikt werden – en tot op vandaag gebruikt worden – voor rituele baden met gekookte geneeskrachtige planten en andere krachtige kruiden. Dit laat zien hoe lokale teamleden kunnen helpen bij de interpretatie van een archeologische vindplaats. In de tweede plaats roept archeologisch onderzoek meestal meer vragen op dan het beantwoordt. Dat is ook het geval met de koolstofmonsters uit de omliggende greppel. Zij resulteerden in een datering vóór 1620. Deze vroege datering kan een gevolg zijn van natuurlijke bosbranden of van eerdere bewoning door de Inheemse bevolking. Een derde koolstofmonster, verkregen ten noorden van de heuvel, resulteerde in een mogelijke datering uit de vijftiende tot de twintigste eeuw. Deze cirkelvormige heuvel met wegen naar de vier hoofdwindrichtingen, de radiokoolstofdateringen en de aardewerkfragmenten maken gezamenlijk duidelijk dat de geschiedenis van Kumako zeer complex is geweest. Het is mogelijk dat de bewoners zich op deze plaats van voorwerpen voorzagen die oorspronkelijk van Inheemsen afkomstig zijn. Overigens was dit laatste heel gangbaar in andere Marrongemeenschappen, zowel in Suriname zelf als elders in de Guyana’s en het Caribische gebied. Dit proefschrift beschrijft overigens niet enkel het materiële begin van de Saramaka Marrons, maar roept tevens vragen op over de onderlinge relaties tussen de Marrons en de Inheemse volkeren.


Hoewel Kumako in de mondelinge overlevering van de Saramaka een vaste plaats heeft gekregen, lijkt de cirkelvormige heuvel met een greppel, soms onderbroken voor wegen naar de vier windrichtingen, op de zogenaamdemontagne couronnée van Yaou nabij Maripasoula (Frans Guyana). Die meet ongeveer 304 bij 154 meter – een oppervlakte van in totaal ongeveer 3,7 hectare – en heeft steile hellingen van ongeveer twee meter hoog (Mestre in voorbereiding; Petitjean-Roget 1991). In 1999 vertelden Wayana-Inheemsen van de Boven-Marowijne mij de lokale Wayana-naam voor dergelijke ronde heuvels met greppels: ïpï ëtonam toponpï (een heuvel om te verbergen van lang geleden). Volgens de huidige Wayana, waren dit versterkt heuveltoppen waar in het verleden mensen hun toevlucht konden zoeken. Mogelijk waren dit plaatsen waar Inheemsen zich schuilhielden tijdens de invallen die de Taira (Cariben van de kust) eventueel in samenwerking met Marrons deden om zogenaamde ‘rode slaven’ te verkrijgen. De datering van de montagne couronnée van Yaou komt overeen met die van de monsters 1 en 2 (cal. AD 80 - 390 en cal. AD 260 tot 560) van Kumako en duidt daarmee op een oudere voorgeschiedenis van deze ‘verloren stad’ in het oerwoud van Suriname.


Kortom, archeologisch onderzoek, en dan vooral de historische archeologie in de binnenlanden van Suriname, is nog grotendeels terra incognita. De mondelinge overlevering van de Marrons en de Inheemsen wijken af van de algemeen aanvaarde geschiedenis die spreekt van kleine gemeenschappen die proberen te overleven in het ongerepte oerwoud. Het lijkt erop dat de Marrons bezit genomen hebben van een (verlaten) nederzetting van de Inheemse bevolking, maar tegelijkertijd hun nieuwe stad versterkten met wat hen ter beschikking stond vanuit hun eigen erfenis aan middelen tot genezing en zuivering van een bepaald gebied. Een dergelijke dynamische onderlinge relatie tussen Marrons en Inheemsen is zeer in overeenstemming met wat bekend is van Afrikaanse diasporagemeenschappen elders in de regio, zoals in Cuba en Brazilië. Bovendien tonen hedendaags historisch onderzoek en archeologische opgravingen aan dat de tijdelijkheid van dergelijke betwiste gebieden veel complexer is dan tot nu toe wordt aangenomen. Het tegenwoordige multidisciplinaire onderzoek is een combinatie van archeologie, geschiedenis, orale traditie en etnografie, in samenwerking met lokale Marrons en Inheemsen, met als doel om meer inzicht te krijgen in de geschiedenis van de binnenlanden van Suriname en de andere landen in de regio. Material Beginnings of the Saramaka Maroons toont aan wat voor potentieel een gezamenlijk onderzoeksprogramma bezit om inzicht te krijgen in hoe een zelfbewuste gemeenschap als de Saramaka bereid is om het beste te maken van de natuurlijke en culturele omgeving.


Cheryl N. Ngwenyama, Material Beginnings of the Saramaka Maroons; An Archaeological Investigation. Gainesville: University of Florida, 2007. 432 p., ISBN 978 05 4945 683 4. [http://etd.fcla.edu/UF/UFE0020093]


Literatuur
Heckenberger, Michael J., 2009
‘Lost Cities of the Amazon; The Amazon tropical forest is not as wild as it looks.’Scientific American 301(4): 44-51.
Mestre, Michaël, in voorbereiding
Montagnes couronnées en Guyane.
Petitjean-Roget, Hugues, 1991
‘50 sites de montagnes en Guyane française: contribution à l’inventaire des sites archéologiques d’Emile Abonnenc.’ Actes du 12ième congrès de l’A.I.A.C., 241-257.
White, Cheryl, 2010
‘Kumako; a place of convergence for Maroons and Amerindians in Suriname, SA’,Antiquity 84: 467-479.
White, Cheryl, 2010
‘Maroon Archaeology Is Public Archaeology.’ Archaeologies: Journal of the World Archaeological Congress 6(3): 485-501.