Mittwoch, 2. November 2011

Tanja van Veldhuizen over grondenrechten


Eindelijk een deskundige presentatie van de grondrechten probleem -
Finally an expert presentation of the land rights issue

Grondrechtenconferentie - Persconferentie VIDS



Eerst garanties, dan een weg

Parbode

Written by Pitou van Dijck en Maja Haanskorf
TUESDAY, 01 NOVEMBER 2011
granties.jpgTerwijl in Bolivia de Indiaanse bevolking te hoop loopt tegen de aanleg van een weg, heeft de Saramaccaanse bevolking langs de Boven-Surinamerivier laten weten geen heil te zien in een weg door hun gebied, voordat aan bepaalde voorwaarden is voldaan. Het resultaat van de enquête die Stichting Equalance in 2010 heeft gehouden in twintig dorpen langs de Boven-Suriname, laat zich samenvatten in één zin: eerst garanties, dan een weg.
De enquête van Equalance is de eerste raadpleging onder de Saramaccaanse bevolking over de mogelijke komst van een weg door hun woongebied. De ruim 530 geïnterviewden geven duidelijk aan geen weg te willen, voordat aan een aantal voorwaarden is voldaan. Dit beeld spreekt ook uit de krutu’s, bijeenkomsten in de dorpen, waar de resultaten van het onderzoek zijn gepresenteerd.
Ook via de lokale radiozenders Radio Maife en Radio Muje waren de resultaten te beluisteren en dorpelingen konden inbellen en reageren. Op basis van de vele opmerkingen en aanbevelingen is een actieplan opgesteld, waarmee negatieve gevolgen van een weg zoveel mogelijk voorkomen kunnen worden en positieve versterkt. Aan de Surinaamse overheid de taak dit actieplan serieus te nemen.
Dat de Saramaccaanse bevolking eensgezind is in het stellen van voorwaarden, komt vooral door een geringe mate van vertrouwen in de overheid. Bewoners vinden dat de overheid in de loop der jaren gedane beloftes niet is nagekomen. Ze wijzen hierbij op het Saramacca-vonnis, dat nog steeds niet door de overheid is uitgevoerd. Vooral de afbakening van het Saramaccaans territorium en de wettelijke erkenning van de grondenrechten blijven uit.
Bewoners verwachten dat een weg een groot aantal problemen met zich mee zal brengen, zoals toename van criminaliteit, roven van natuurlijke hulpbronnen, ontwrichting van gemeenschappen en ondermijning van het traditioneel gezag. Deze problemen dienen eerst te worden aangepakt of er moeten tenminste afspraken worden gemaakt dat hieraan zal worden gewerkt.
Naast een regeling van de grondenrechten, is de aanleg van nutsvoorzieningen, vooral elektriciteit, een belangrijke voorwaarde. Mensen nemen geen genoegen meer met beloftes die na de aanleg van de weg toch niet worden nagekomen. Dat is immers hun ervaring: ze zijn de negatieve gevolgen van de bouw van de Afobakkadam niet vergeten.
De overheid heeft hen destijds gedwongen te verhuizen, zonder goede opvang en compensatie. De bevolking geeft dan ook aan zich te zullen verzetten tegen de aanleg van de geplande weg of elk ander groot infrastructureel project in hun woongebied, als er geen garanties komen.
Ervaringen in andere Zuid-Amerikaanse landen leren dat voorbijgaan aan de verlangens van de lokale bevolking voor overheden riskant kan zijn.
Niet alleen president Morales van Bolivia heeft het moeilijk met het brede verzet tegen de wegverbinding met Brazilië, ook in Peru en Brazilië heeft de regering te maken met hoogoplopende conflicten rond de aanleg van dammen. Die brengen zowel grote maatschappelijke kosten als ernstige financiële gevolgen met zich mee. Wellicht kan de Surinaamse overheid hier lering uit trekken.


Het dossier ‘Een weg komt nooit alleen’ wordt gratis bijgesloten in de Parbode-editie van december 2011. Het gaat in op de plannen voor de aanleg van een weg tussen Suriname en Brazilië en de bouw van stuwdammen in de Tapanahonyrivier. Ook treft u een dvd aan, met daarop een film en veel achtergronddocumentatie.

De echte Indiaan bestaat niet meer

Parbode

Written by Maike Veltman
TUESDAY, 01 NOVEMBER 2011
indiaan1.jpgEen halve eeuw geleden was je pas een Wayana als je door de mier gestoken werd. Inheemsen liepen nog met een lendendoek en de Sjamaan werd ge­respecteerd. In augustus werd Ingi Dei op het Onafhankelijkheids-plein grootst gevierd, maar de echte inheemse cultuur in het binnen­land is aan het verdwijnen. Volgens velen is het de schuld van Amerikaanse zendelingen. Roy en Margaret Lytle werken en wonen al meer dan veertig jaar in het Lawagebied. “De ontwikke­ling zou sowieso gekomen zijn, alleen wij waren er eerder.”
Diederik van Goethem, fo­tograaf van beroep, maakte twee jaar geleden een reis door Suriname. Meer dan duizend foto’s schoot hij van de inheemsen en langzaam maar zeker raakte hij in de ban van de fascinerende cultuur van de Indianen in ons land. Een cultuur die, naar zijn zeggen, vernietigd wordt. “Wat ik tegenkwam, zijn praktijken die me de­den denken aan de tijd van de inquisitie. Indianen worden gedwongen hun eigen geestelijke cultuur, hun identiteit op te geven. Lang niet iedereen is vrijwillig christen naar mijn idee. De groepsdruk is zo enorm dat er een sfeer van dwang, van angst is.” Van Goethem noemt een Wayana in Apetina als voorbeeld. Hij had veel aan hem als gids en op gegeven moment, toen ze ver weg van het dorp in het bos waren, barstte de inheemse man los. “Als ik niet geloof, word ik het dorp uitgezet met mijn familie. Ik durf dat niet te zeggen, misschien word ik zelfs wel vermoord.” Deze woorden schokten de fotograaf diep en steeds meer raakte hij ervan overtuigd dat er iets heel ergs aan de hand is in het binnenland van Suriname.
indiaan2.jpgDe Amerikaanse zendelingen waar Van Goethem over spreekt, zijn in 1970 naar Suriname gekomen. Hun standplaats is Kawemhakan aan de Lawarivier. “Men zei dat we naar een dorp zouden gaan als Sodom en Gomorra. The wild wild west. Veel geweld, geweren en heel veel immoreel gedrag. Het was toen ook nog heel primitief. Hun manier van leven was nog nauwelijks beïnvloed.” Margaret Lytle vertelt over de begin­tijd van hun missie. Zij en haar man Roy werken voor World Team, een Amerikaanse organisatie die in 1954 het werk in Suriname is begonnen. ‘Vanaf dat moment’, schrijft World Team op zijn site, ‘heeft God geweldige dingen gedaan. Onder verschillende Indianenstammen is de christelijke populatie bijna honderd procent en de inheemsen reiken nu zelf uit naar andere stammen.’ Roy en Margaret hebben deze ontwikkelingen allemaal meegemaakt. “We zijn begonnen met de Indianen te leren lezen en schrijven. Onze voorgangers waren gestart met het Wayana op schrift te stellen en het Nieuwe Testament te vertalen.” De Lytles zijn daarmee doorgegaan. Niet alleen alfabetisering brachten ze naar het dorp, ook gereedschappen en andere spullen waar eerst dagen voor gereisd moest worden. “Natuurlijk was het ook in ons belang. We wilden dat ze in het dorp waren, zodat we ze over Jezus kon­den vertellen. We wilden dat ze konden lezen, zodat ze zelf de Bijbel konden lezen.”
De stem van de inheemse stam­men werd, en wordt nog steeds, niet of nauwelijks gehoord in Suriname. “De Wayana’s voelden zich genegeerd. Wij toonden interesse in hen.”
Dat die inte­resse oprecht is, blijkt uit de vele foto’s van de dorpsgenoten die aan de muur van hun huis in de stad hangen. Door jaren in Kawemhakan te wonen, zijn de Wayana’s als familie geworden van Roy en Margaret.
Met de komst van de Amerikanen is er in het bos veel veranderd. Kinderen lopen niet alleen meer met cassavebrood in hun hand, maar zo af en toe snaaien ze een American pancake van de ontbijt­tafel van Margaret. De Wayana’s eten nog steeds de grote mieren als lekkernij en drinken regelmatig kasiri, maar doen dat met kleren aan hun lijf in plaats van de idyllische lendendoek. Roy en Margaret voelen de druk vanuit de stad en het buitenland. “Antropologen zijn niet onze beste vrienden.” Roy en Margaret zijn gevormd door de westerse (Amerikaanse) cultuur, en logischerwijs wisselen ze die cultuur ook uit met die van de Indianen. “Tijdens de revolutie zijn we acht jaar terug gegaan naar Florida. Toen we terugkwamen, had­den alle Indianen kleren aan. Ik schrok ervan, maar in ieder geval konden ze ons daar de schuld niet van geven.”
Diederik van Goethem vindt het verschrikke­lijk dat de inheemse cultuur naar de achtergrond is geschoven. “Je ziet er nauwelijks meer iets van terug. Het is praktisch vernietigd.” En inderdaad, als je op een willekeurige dag met een kleine chartervlucht landt op de airstrip van Kawemhakan, lijkt het dorp in niets meer op het dorp wat het vroeger was. De zon brandt op de zinken dakplaten van de ruime huizen. Het geluid van de televisie knalt door de ramen de natuur in. Overal staan generatoren die het dorp continu van stroom voorzien. De man­nen liggen relaxed in de hangmat, terwijl de vrouwen hier en dindiaan3.jpgaar met elkaar klet­sen. “Onze dochter is opgegroeid in het bos. Ze wilde onlangs weer met ons mee toen ze op vakantie was, maar niet meer naar Kawemhakan. Het leek in niets meer op het dorp waar ze opgegroeid was, zei ze.” Margaret vindt het jammer dat het dorp zo veranderd is, maar legt een deel van de verantwoordelijkheid bij de inheemsen zelf. “Het is hun keuze om kleren te dragen. Het zijn hun keu­zes om niet te dansen in de kerk of om niet meer te fluiten. We hebben niets verboden, maar natuurlijk hebben we wel uitgelegd waarom sommige dingen niet goed zijn.”
En daar wringt de schoen. Roy en Margaret zijn niet naar het binnenland gegaan om een cultuur te vernietigen, maar hadden een groot doel voor ogen: het evangelie brengen. Roy: “De Indi­anen geloven in de natuur. Overal zijn geesten. Het is niet zo dat ze die geesten echt aanbaden, maar ze waren wel voort­durend bezig om de geesten tevreden te houden. Ze waren eigenlijk altijd bang. Toen wij kwamen, hoefden we ze niet te vertellen over Satan of boze geesten. Die kenden ze al. We vertelden hen over de Heilige Geest, God en Jezus.” Culturele gebruiken waren meestal bedoeld om geesten tevreden te stellen. De rode verf waar­mee een Wayana zich insmeerde, was bedoeld om zich te verstoppen voor kwade geesten. “Nu ze Jezus kennen, hoeft dat niet meer. Ze kennen nu de vrijheid die God geeft en ze hoeven niet meer bang te zijn.”

Alleen nog maar show
Karin Anema is schrijfster van het boek De groeten aan de koningin en schrijft over haar reis door inheems Suriname. Grote thema’s in het leven van de inheemsen worden door haar op een persoonlijke manier beschreven: van de Braziliaanse goudzoekerssfeer en de bijbehorende kwikvervuiling, de trek van Indianen naar de rijke Franse kant en ook de invloed van de zendelingen. Ze spreekt Roy en Margaret tijdens de tweejaarlijkse bijbelconferentie die in het binnenland gehouden wordt. Ze beschrijft het koppel als een koninklijk stel dat door de Indianen op handen gedragen wordt en heeft een openhar­tig gesprek met hen. Zonder hen te veroordelen, geeft ze hen het woord. Desondanks straalt het hele boek een sfeer van weemoed uit. Met elke blad­zijde die je omslaat, zie je de cultuur verdwijnen, verkocht worden door de inheemsen zelf. ‘Hij (de granman) wenkt zijn vrouw, die me de kettingen laat zien. Het is net of ik in Volendam ben, waar ze klederdracht verkopen die ze niet meer gebruiken.’
indiaan4.jpg
Nardo Aloema, Voorzitter OIS
De teloorgang van de inheemse cultuur is in het ene dorp duidelijker dan in het andere. Van Goethem zag tijdens zijn reis dat de inheemse cultuur in Galibi beter bewaard is gebleven dan in het binnenland. Dit is onder andere te danken aan Nardo Aloema, voorzitter van de Organisatie van Inheemsen in Suriname (OIS). Bij hem thuis in Commewijne komt de geur van kasiri je bij de voordeur tegemoet. Hij strijdt voor zijn cultuur. “Het moet behouden blijven. De inheemsen wonen hier al duizenden jaren. Onze cultuur vernietigen is het ergste wat je kunt doen.” Volgens Aloema is het niet per se de schuld van de kerk. De kerken zijn ontstaan in de westerse cultuur en bij contact tussen twee culturen is samen­smelting het gevolg. “Maar waarom is de ene cultuur dan beter? Waarom is jouw cultuur dan alleen goed om de aarde te verzorgen? Waarom kunnen we niet samenwerken?” Aloema voelt zich als Indiaan genegeerd: “Alle waarden en tradities van onze voorouders worden tenietgedaan. Nu wordt er naarstig gezocht naar oplossingen om het goed te maken met de natuur. Nu is het al bijna te laat.” De eeuwenoude voorspel­lingen van de inheemse culturen over bijvoorbeeld de klimaatverandering of het verschuiven van de tijd in 2012 (Maya-profetieën) wor­den nauwelijks serieus genomen. Ook Anema schrijft in haar boek over het niet serieus nemen van de Indianen. Haar bezoek aan Galibi mondde uit in een confrontatie met het stamhoofd. Nooit eerder had ze zo’n botsing tussen twee culturen meegemaakt.
Aloema legt de schuld van het verdwijnen van de cultuur deels bij de kerk. “De pater verbiedt mijn maraka, een inheems muziekinstrument. Pas sinds kort mogen we onze cultuur ook gedeeltelijk in de kerk uitoefenen.”
indiaan5.jpg
De zendelingen Roy en Margriet Lytle
Swingende dansfeesten
Culturele uitingen mogen in Galibi dus wel. Dit staat in groot contrast tot wat de Wayana’s wel of niet ‘mogen’ doen. De swingende dansfeesten waar de inheemsen om bekend staan, komen nog maar spora­disch voor. “Yana betekent mensen in de taal van de Wayana. Wa komt van het woord tuwai. Dat betekent dansen.” Roy Lytle zegt dat de Wayana’s van nature dansers zijn. “Hun hart, hun identiteit ligt in de dans. Het ritueel waarbij een jongen een man wordt door de mierensteek, bestaat grotendeels uit dansen.” Volgens Roy leidden de dans­feesten vroeger tot immoreel gedrag. “Ze dronken hun kasiri, werden dronken en gingen met elkaars vrouwen naar bed, soms zelfs met kinderen.” Het zendings­echtpaar heeft er geen moeite mee als de inheemsen dansen, zolang het maar voor God in de kerk gedaan wordt en het im­morele gedrag achterwege blijft. “Maar ze willen het niet meer”, roept Margaret uit. “We hebben hen vaak gevraagd om ook te zingen en te dansen in de kerk.” Het nieuwe geloof is de reden dat veel Indianen hier niet meer aan toegeven. Roy: “Alumpia was vroeger een zeer gevreesde Sjamaan, maar hij is nu bekeerd tot het christendom. Pas was er een dansfeest in een dorp aan de Franse kant. Iedereen ging er heen. Het ritueel waarbij een jongen man wordt door de mierensteek zou ook plaatsvinden. De Indianen geloven dat als je gestoken bent door de mier, je de kracht krijgt van die mier. Alumpia zei toen tegen me, en dat blijft me altijd bij: ‘De duivel heeft ons bedrogen. We krijgen onze kracht niet van een mier, maar van God’.” Een echte Wayana ben je pas als je danst. “Heidense dorpen vinden daarom dat in Kawemhakan, Apetina en eigenlijk alle christelijke dorpen geen echte Wayana’s meer wonen.”
De dorpelingen die Roy en Margaret persoonlijk kennen en ook gekozen heb­ben voor hun Amerikaanse geloof, zijn zelf door het proces van cultuurverande­ring gegaan en weten in principe waar ze voor kiezen. Hun kinderen hebben dat nooit meegemaakt en kennen alleen de overlevering. Voor hen is het echt de on­dergang van hun cultuur, maar volgens de zendelingen een aanwinst voor hun levenskwaliteit. “Voordat wij kwamen, behandelden deze mensen hun vrouwen en kinderen zonder respect. Ze sliepen met iedereen. Er was veel zelfmoord. Nu is het allemaal zo anders. Deze mensen hadden Jezus nodig.” Voor Roy en Margaret is dat altijd de grote drijfveer geweest achter hun missie. Ondanks alle kritiek zijn ze daarom doorgegaan. “Kijk, we kennen de kritiek over het cultuurverlies, maar wij houden echt van deze mensen.” Het is moeilijk om de zachte stem van Margaret niet te gelo­ven. Roy vult haar aan: “Verandering zat eraan te komen. Het is ondenkbaar dat deze mensen nooit de westerse cultuur hadden leren kennen. Natuurlijk wel. Maar ja, wij waren er eerst. Maar we zijn ook lang genoeg gebleven om ze te leren hoe om te gaan met die verandering. We zijn er nog steeds.”

Dienstag, 1. November 2011

Traditioneel gezag vindt uitblijven resultaten jammer


Starnieuws

01 Nov, 14:00
de66cf4ccef25f593908be20764cb07b.jpg
De persconferentie vandaag van het traditioneel gezag. Lloyd Read (links), Jose Artist van het bureau van de VIDS en Ewald Poetisi. (Foto: Ramon Keijzer)
Vertegenwoordigers van Inheemsen en Tribale Volken (Marrons) vinden het jammer dat er geen resultaten zijn bereikt op de grondenrechtenconferentie te Colakreek op 21 en 22 oktober. Er waren volgens hen voldoende raakvlakken tussen de organisatiecommissie en de binnenlandbewoners. In de schorsing was ook afgesproken dat de werkgroepen voortgang zouden vinden.

Vertegenwoordigers van Inheemsen en Tribale Volken belegden vandaag een persconferentie op het kantoor van de Vereniging van Inheemse Dorpshoofden in Suriname (VIDS). Zij maakten hun standpunten over het gebeurde rond de grondenrechteconferentie kenbaar.

Afstemming geweest 
Lloyd Read (VIDS) en Ewald Poetisi (Tribale Volken) zeiden dat in de schorsing op Colakreek afgestemd is met de ministers Linus Diko (Regionale Ontwikkeling) en Martin Misiedjan (Justitie & Politie). Toen is afgesproken dat de werkgroepen voortgang zouden vinden. Er zou afgestemd worden met de binnenlandbewoners en de ministers zouden zich verstaan met president Desi Bouterse. Read en Poetisi zeiden dat tot hun verbazing de conferentie, na drie uren schorsing, eenzijdig werd beëindigd.

Op de persconferentie kwam naar voren dat in juli de gezamenlijke verklaring van de Inheemsen en Tribale Volken overhandigd was aan minister Diko. De verbazing van de president is daarom niet te begrijpen omdat de regering al wist wat het standpunt was van de groepen. Dit was niet pas op de conferentie bekend.

Geen opdeling
Over het zelfbeschikkingsrecht en de natuurlijke hulpbronnen moest nog verder worden gesproken. Kapitein Carlo Lewis heeft de gezamenlijke verklaring voorgelezen en uitleg erover gegeven. Deze verklaring werd met gejuich en applaus begroet op Colakreek. De president besloot uiteindelijk de conferentie af te breken want hij zei het niet te kunnen verkopen dat de Inheemsen en Marrons het zelfbeschikkingsrecht en de natuurlijke hulpbronnen op en in de grond claimden.

De vertegenwoordigers van het traditioneel gezag zeggen dat ze “de Surinaamse vlag echt niet in drie of vier stukken willen scheuren”. Zij hebben de gelegenheid niet gekregen om nader in te gaan op deze twee begrippen. Hierdoor zijn zaken volgens hen een eigen leven gaan leiden. 


Interview met Hugo Jabini - RO was op de hoogte van verklaring vertegenwoordiging binnenland



China en Taiwan grootste afnemers Surinaams hout

Dagblad Suriname
Geplaatst: 01/11/2011
Paramaribo -  Suriname heeft in het afgelopen jaar 54. 157 kubieke meter aan hout en houtproducten geëxporteerd met een totale exportwaarde van US$ 8.299.977 dollars. Dit vermeldt het rapport: ‘Analyse Bosbouwsector 2010’ van de Stichting Bosbeheer en Bostoezicht (SBB). De belangrijkste afzetmarkt van Surinaams hout is Azie. Deze regio heeft 84% van de totale geëxporteerd hout van Suriname afgenomen. Met respectievelijk 53 en 14 procent van de exporten zijn China en Taiwan de grootste afnemers van Surinaams hout in deze regio. Rondhout is het belangrijkste houtassortiment dat geëxporteerd is naar Azie met een volume van 44.093 kubieke meter, met een waarde van US$ 5. 307.380. 

In 2010 hebben meer dan 166 personen en bedrijven houtkapactiviteiten ontplooid in Suriname. Qua productieomvang zijn de volgende vergunninghouders en/ of exploitanten de belangrijkste producenten Epro NV Octagon Group (22.312 kubieke meter), Bron Sawe Djan Abente Gerardus (19.149), Ronny Brunswijk (19.946), Kentie Joko Rudie (14.138), Dynasty Forestry Industry NV (Octagon International NV: 10.943), Suna Lumber Company NV (8. 134) en Nieuwe Houtonderneming Ansoe (8.105). De bijdrage van deze 7 houtproducenten over 2010 bedroeg 44% van de totale rondhoutproductie. Ongeveer 80 procent van het totaal geproduceerd rondhout wordt lokaal verwerkt tot gezaagd hout en triplex. De totale rondhoutproductie is in 2010 ruim 247.377 kubieke meter.

Het belangrijkste houtassortiment dat in deze periode geproduceerd werd, is zaag- en schilhout met een volume van 235.830 kubieke meter. Als gelet wordt op de productie per status terrein, dan blijkt de concessie de hoogste productie 47 % in 2010 te hebben geleverd. De houtkapvergunningen en gemeenschapsbossen hebben een totale productie van 25% geleverd. Uit de reserve terreinen die ter beschikking zijn van de dienst Lands Bosbeheer (LBB) is 14 % van het hout gehaald. In 2010 zijn er 142 geldige houtkapvergunningen uitgegeven met een totale oppervlakte van 2 miljoen hectaren. Van dit aantal zijn er 62 concessies met een oppervlakte van 1,3 miljoen hectaren. Het belangrijkste houtproductiedistrict is Para. Vanuit dit district is 28% van de totale houtproductie gehaald. Verder hebben de districten Sipaliwini, Brokopondo en Marowijne een bijdrage van elk 23%, 21% en 21 % aan de totale rondhoutproductie.


 
▲ BovenDagblad Suriname

Eenheid niet teruggekeerd in OIS met verkiezing Karwafodi

Starnieuws 01 Nov, 11:30

ce732da6544e8120b166803a03c6d0b2.jpg

Andrew Karwafodi, gekozen als voorzitter van de OIS.
Met de verkiezing van Andrew Karwafodi als voorzitter van de Organisatie van Inheemsen in Suriname (OIS) is de eenheid in de organisatie niet hersteld. De groep onder leiding van Nardo Aloema zegt in een verklaring dat Karwafodi door vrienden tot voorzitter is gekroond. Volgens deze groep was de ledenvergadering zondag een ‘belachelijke vertoning’.

De groep Karwafodi zegt dat na 19 jaar de OIS voldaan heeft aan de statutaire verplichtingen en is er een nieuw bestuur gekozen.
Benadrukt wordt dat op de vergadering ook aanwezig waren Norine Bolman-Brank en Eduard Swedo, leden van het oprichtingsbestuur van OIS. De Vereniging van Inheemse Dorpshoofden in Suriname (VIDS) was vertegenwoordigd door Lloyd Read, kapitein van Kumbasi (Pierre Kondre).

Ceremoniële overdracht
Nadat Romeo Dougle van de verkiezingscommissie bekend maakte dat het bestuur Karwafodi bij enkele kandidaatstelling is gekozen, droeg oud-voorzitter Noldus Jubithana de hamer over.
In zijn afscheidsspeech gaf Jubithana aan dat hij blij is, te mogen overdragen aan een bestuur, waarin hij het geloof heeft. Volgens Jubitana zal er hard gewerkt zal worden aan belangrijke issues voor de Inheemsen.

Bij een traditionele ceremonie geleid door Cyrill van der Bosch werd ten teken van overdracht de nieuw gekozen voorzitter en zijn bestuur aangekleed met een schouderdoek. Jubithana heeft deed Karwafodi ook een hoofdtooi op en hem voorzien van pijl en boog. Hiermee werd het traditioneel gedeelte afgesloten.

Eenheid
Karwafodi drukte de Inheemse gemeenschap op het hart om één vuist te maken, te gaan samenwerken. Het nieuwe bestuur bestaat verder uit Stanley Liauw Angie (1e ondervoorzitter), Suzanne Muller (2e ondervoorzitter), Roy Kewal (secretaris), Petrus Daniel (penningmeester), Margo Bundel-Biswane (2e secretaris), Ricky Chan Jet Soe (2e penningmeester) en de commisarissen Oriana Trameh, Lauwrence Daniel, Just Orassie en Germain May.